De derde serie diensten in het kader van het thema ‘Rondom Jezus’ gaat over ‘radicale woorden’. Onder de noemer “Moeten lijden” gaat het over Jezus die ‘zijn leerlingen begon te leren dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden en door de oudsten van het volk, de hogepriesters en de schriftgeleerden verworpen zou worden, en dat hij gedood zou worden, maar drie dagen later zou opstaan.’ (Marcus 9: 31, we lezen deze dienst Marcus 9: 27-38)
De diensten met dit thema vinden plaats op 28 juni (Bethlehemkerk, Diependaal, Morgenster, Regenboog) en 5 juli (Grote Kerk)
Ds. Aster Abrahamsen leidt het thema in:

Deze uitspraak van Jezus roept veel vragen op. ‘hij moet hebben geweten, wat er zou gaan gebeuren, ik heb geen antwoord’ – zo dicht Rutger Kopland (‘Al die mooie beloften’). Jezus voorzegt hier het lijden. Waarom moest hij lijden, en sterven? Had het niet anders gekund?

Maar, dat is nog niet eens het enige wat moeilijk en radicaal is aan deze pericoop uit Marcus 9. Als Petrus reageert op Jezus’ aankondiging van het lijden en hem er fel op aanspreekt, noemt Jezus hem satan. Wat gebeurd hier tussen Jezus en Petrus?

Het derde wat ‘schuurt’ in deze tekst gaat over de centrale vraag in dit Bijbelgedeelte die door Jezus wordt gesteld: ‘Wie zeggen de mensen dat ik ben?’ Als Petrus antwoord: u bent de Messias, dan verbied Jezus zijn leerlingen om daar met iemand over te spreken. Wat is hier de reden van?

Tot slot, gaat het in deze Bijbeltekst over Jezus volgen. Niet alleen Zijn lijden wordt voorzegt, maar ook het eventuele lijden van zijn volgelingen. Het gaat over je leven verliezen en je kruis op je nemen en over je niet schamen voor Jezus en zijn woorden. Wat wordt hier voor appél op de leerlingen gedaan? En wordt er ook een appél op ons gedaan?

Kortom, vier radicale woorden van Jezus in één tekst. Een mooie kans om Jezus weer wat beter te leren kennen, aan de hand van Zijn eigen woorden!